Volgens onderzoeksbureau GlobalData staan de ontwikkelingen van medicijnen voor ziekten van het immuunsysteem en het zenuwstelsel aan het begin van een grote verandering. Tot nu toe werden veel ontstekings- en auto-immuunziekten behandeld met medicijnen die grote delen van het immuunsysteem remmen. Nieuwe behandelingen richten zich veel specifieker op de onderliggende oorzaak van de ontregeling van het immuunsysteem.

Uit een enquête onder farmaceutische professionals blijkt dat vooral monoklonale antilichamen de komende jaren veel invloed zullen hebben. Ook veelbelovend zijn: antilichamen die meerdere doelwitten tegelijk kunnen aanpakken en therapieën die speciale afweercellen (zoals Treg-cellen) gebruiken om het immuunsysteem beter te reguleren. Verschillende nieuwe middelen zitten inmiddels in de laatste fase van klinisch onderzoek (fase III). Voor COPD (een chronische longziekte): Lunsekimig (Sanofi) en Tilrekimig (Pfizer). Voor hidradenitis suppurativa (een chronische ontstekingsziekte van de huid): Lutikizumab (AbbVie) en Sonelokimab (MoonLake Immunotherapeutics).

De belangrijkste boodschap van het rapport is dat de farmaceutische industrie steeds meer verschuift naar precisiegeneeskunde: behandelingen die veel gerichter zijn afgestemd op de oorzaak van een ziekte. Dat kan leiden tot effectievere behandelingen, minder bijwerkingen en nieuwe mogelijkheden voor ziekten waarvoor nu nog weinig goede therapieën bestaan.